Een cliënt meldde zich oorspronkelijk met lage rugklachten. Later bleek de pijn vooral diep in de bil te zitten, met een lichte uitstraling richting de hamstring. Er waren geen tintelingen, doofheid of tekenen van krachtsverlies.
Tijdens het onderzoek keken we daarom niet alleen naar de onderrug, maar ook naar de spieren rond de heup. Daarbij vielen vooral de piriformis en de gluteus medius op.
Wat doet de gluteus medius?
De gluteus medius ligt aan de zijkant van de bil. Deze spier is belangrijk voor de stabiliteit van het bekken.
Tijdens lopen of traplopen sta je steeds kort op één been. De gluteus medius voorkomt dan dat het bekken aan de andere kant wegzakt. De spier helpt bovendien om het been zijwaarts te bewegen en speelt een rol bij het naar binnen en buiten draaien van de heup.
Wanneer de gluteus medius tijdens een beweging onvoldoende of te laat bijdraagt, moeten andere spieren rond de heup extra werk verrichten.

m. gluteus medius
Wat doet de piriformis?
De piriformis is een kleine, diepliggende spier in de bil. Hij loopt van het heiligbeen naar de bovenzijde van het bovenbeen. De grote heupzenuw, de nervus ischiadicus, loopt meestal vlak langs deze spier.
De piriformis helpt de heup stabiliseren en het bovenbeen draaien. Welke beweging hij precies ondersteunt, hangt af van de stand van de heup. Met de heup gestrekt helpt hij vooral bij het naar buiten draaien. Wanneer de heup verder gebogen is, verandert zijn functie en kan hij ook bijdragen aan zijwaarts bewegen en naar binnen draaien.

m. piriformis
Zijn het echte tegenliggers?
De piriformis en gluteus medius zijn niet bij iedere beweging zuivere tegenliggers. Soms werken ze samen om de heup stabiel te houden. Bij bepaalde draaibewegingen kunnen delen van de gluteus medius en de piriformis wel een tegengestelde functie hebben.
In deze casus keken we daarom vooral naar de taakverdeling tussen beide spieren. Wanneer de gluteus medius onvoldoende bijdraagt aan de stabiliteit van het bekken, kan de piriformis extra spanning leveren om dit op te vangen. De piriformis werkt dan als het ware harder om te helpen.
Dat is aanvankelijk een slimme oplossing van het lichaam. Maar wanneer een spier langdurig moet compenseren, kan hij vermoeid, gespannen en gevoelig worden. Dit kan worden ervaren als diepe pijn in de bil, soms met uitstraling naar de achterzijde van het bovenbeen.
Uitstraling betekent niet automatisch dat een zenuw bekneld zit. Het ontbreken van tintelingen, doofheid en krachtsverlies maakte duidelijke zenuwuitval in deze casus minder waarschijnlijk. Andere oorzaken van lage rug-, heup- en bilpijn moeten tijdens het onderzoek uiteraard wel worden meegenomen.
Eerst de spanning verminderen
Op basis van de onderzoeksbevindingen richtte het eerste deel van de behandeling zich op het verminderen van de spanning rond de piriformis.
Hiervoor werden dry needling en fasciale releasetechnieken toegepast. Bij dry needling wordt met een dunne naald een gevoelige plek in de spier aangeprikt. Het doel is de lokale spierspanning en gevoeligheid tijdelijk te verminderen. Met fasciale releasetechnieken wordt het omliggende spier- en bindweefsel behandeld om bewegen gemakkelijker te maken.
Deze behandeling is geen doel op zichzelf. Na de behandeling wordt opnieuw getest of de herkenbare beweging beter gaat en of de pijn verandert. Niet iedere cliënt met diepe bilpijn heeft namelijk baat bij dezelfde aanpak.

Daarna de gluteus medius activeren
Wanneer de piriformis minder gespannen is, is het belangrijk om de taakverdeling rond de heup te verbeteren. Daarom werd de behandeling aangevuld met oefeningen voor de gluteus medius.
Daarbij lag de nadruk niet alleen op kracht, maar ook op:
- de spier op het juiste moment aanspannen;
- het bekken stabiel houden;
- gecontroleerd op één been staan;
- goed bewegen tijdens lopen en traplopen;
- de belasting rustig opbouwen.
Het doel is dat de gluteus medius zijn eigen taak weer beter uitvoert. Hierdoor hoeft de piriformis mogelijk minder te compenseren.
Het lichaam weer in balans brengen
Een pijnlijke spier is niet altijd een spier die te weinig doet. Soms is het juist de spier die al langere tijd te veel werk verricht.
Daarom kijken we bij FyXsio verder dan alleen de plaats waar de pijn wordt gevoeld. We onderzoeken hoe de onderrug, het bekken en de heup samenwerken. Hands-onbehandeling kan helpen om pijn en spanning tijdelijk te verminderen. Met gerichte oefentherapie werken we vervolgens aan een betere verdeling van kracht, controle en belasting.
Zo proberen we niet alleen de pijnlijke plek te behandelen, maar ook de mogelijke reden waarom die plek steeds overbelast raakt.
Deze casus beschrijft een mogelijke werkhypothese en geen algemene diagnose. Diepe bilpijn kan verschillende oorzaken hebben. De diagnose ‘piriformissyndroom’ is bovendien niet met één betrouwbare test vast te stellen; zorgvuldig onderzoek van rug, heup, hamstring en zenuwfunctie blijft daarom belangrijk.


