Naar de inhoud
Werk- of behandelruimte beschikbaar in RuinenBeschikbaar voor één vaste dag per week.Meer informatie
Aandacht voor de oorzaak. Ruimte voor herstel.
Plan een afspraak

Waarom blijven spieren gespannen? Zo werken spieren samen

Bewegen lijkt vanzelf te gaan. Je buigt een knie, draait je hoofd of tilt een arm op zonder daar veel over na te denken. Achter iedere beweging werkt echter een heel team van spieren samen.

Sommige spieren spannen aan om een beweging te maken. Andere spieren moeten op dat moment juist wat ontspannen. Die samenwerking noemen we reciproke inhibitie.

Spieren werken als een team

Veel spieren werken in paren. De ene spier maakt een beweging en de spier aan de andere kant maakt de tegenovergestelde beweging.

Vergelijk het met fietsen: als je met het ene been het pedaal naar beneden duwt, beweegt het andere been mee omhoog. Wanneer beide benen elkaar voortdurend zouden tegenwerken, zou fietsen zwaar en houterig worden.

Zo werkt het ook in het lichaam. Wanneer je je arm buigt, spant de biceps aan en krijgt de triceps ruimte om te ontspannen. Wil je de arm vervolgens strekken, dan worden de rollen omgedraaid.

Het zenuwstelsel regelt dit grotendeels automatisch. Het stuurt niet alleen een signaal naar de spier die moet werken, maar helpt tegelijkertijd de tegenoverliggende spier om voldoende los te laten.

Wat is reciproke inhibitie?

Reciproke inhibitie betekent eenvoudig gezegd:

Als de ene spier aanspant, wordt de tegenoverliggende spier tijdelijk afgeremd, zodat de beweging soepel kan verlopen.

Dat betekent niet dat de andere spier volledig wordt uitgeschakeld. Soms moeten beide spieren juist een beetje actief zijn om een gewricht stabiel te houden. Het gaat om de juiste verdeling van spanning en activiteit op het juiste moment.

Wat gebeurt er als spieren niet goed samenwerken?

Na een blessure, pijnperiode, operatie of langdurige overbelasting kan het lichaam anders gaan bewegen. Ook weinig beweging, eenzijdige belasting, vermoeidheid of een steeds terugkerende houding kan hier invloed op hebben.

Sommige spieren gaan dan relatief veel werk verrichten. Andere spieren dragen juist minder of te laat bij. We spreken dan vaak over:

  • overactieve spieren: spieren die veel spanning leveren of vaak compenseren;
  • onderactieve spieren: spieren die tijdens een bepaalde taak onvoldoende of te laat meedoen.

Een onderactieve spier is niet per definitie zwak of “uitgeschakeld”. Hij kan in een specifieke beweging alleen minder goed worden aangestuurd. De overactieve spier probeert dit op te vangen en gaat extra werk doen.

Dat compenseren is in eerste instantie slim. Het lichaam vindt een manier om toch te kunnen blijven bewegen. Maar wanneer dezelfde spieren dit langdurig moeten opvangen, kunnen ze vermoeid, stijf of gevoelig worden. Ze kunnen dan pijn gaan doen, terwijl de plek van de pijn niet altijd de enige plek is waar het probleem zit.

Voorbeelden van samenwerkende spiergroepen

Nekstrekkers en nekbuigers

De spieren aan de achterkant van de nek houden het hoofd rechtop en bewegen het naar achteren. De spieren aan de voorzijde helpen bij het buigen en controleren van het hoofd.

Wanneer de diepe nekbuigers minder goed bijdragen, kunnen de nekstrekkers extra hard gaan werken om het hoofd te ondersteunen. Dit kan samengaan met een stijve nek, vermoeide spieren of hoofdpijn.

Rugstrekkers en buikspieren

De rugstrekkers helpen je rechtop te blijven en de rug naar achteren te bewegen. De buikspieren ondersteunen het buigen van de romp en helpen de romp en het bekken te controleren.

Wanneer de buikspieren tijdens een bepaalde beweging onvoldoende bijdragen, kunnen de rugspieren meer spanning gaan leveren. Andersom kunnen de buikspieren ook te veel aanspannen wanneer iemand de rug voortdurend probeert te beschermen.

Voor soepel bewegen is niet alleen kracht nodig, maar vooral een goede samenwerking en timing.

Heupstrekkers en heupbuigers

De bilspieren en hamstrings helpen bij het strekken van de heup. De heupbuigers brengen het been en de romp juist naar elkaar toe.

Wanneer de bilspieren onvoldoende bijdragen aan lopen, traplopen of opstaan, kunnen andere spieren extra werk overnemen. De heupbuigers, hamstrings of rugspieren kunnen dan relatief zwaar worden belast.

Hamstrings en kniestrekkers

De hamstrings aan de achterzijde van het bovenbeen buigen de knie. De quadriceps aan de voorzijde strekken de knie.

Tijdens wandelen, hardlopen en traplopen wisselen deze spieren elkaar voortdurend af. Ze werken soms ook tegelijk om de knie stabiel te houden. Wanneer de quadriceps na pijn of een operatie minder goed wordt aangestuurd, kunnen de hamstrings meer spanning leveren om de knie te beschermen.

Dat kan nuttig zijn tijdens het herstel, maar het kan ook een bewegingspatroon worden dat blijft bestaan nadat de oorspronkelijke klacht is verminderd.

Borstspieren en spieren tussen de schouderbladen

De borstspieren helpen de armen en schouders naar voren te bewegen. De spieren tussen en rond de schouderbladen helpen de schouders naar achteren te brengen en de schouderbladen te controleren.

Bij langdurig zitten, beeldschermwerk of veel werk vóór het lichaam kunnen de borstspieren relatief veel spanning leveren. De spieren rond de schouderbladen leveren dan soms onvoldoende of te laat ondersteuning.

Dit kan samengaan met klachten rond de nek, schouders of tussen de schouderbladen.

Liesspieren en spieren aan de buitenzijde van de heup

De adductoren aan de binnenzijde van het bovenbeen bewegen het been naar binnen en helpen het bekken te controleren. De abductoren aan de buitenzijde van de heup bewegen het been naar buiten en houden het bekken onder andere stabiel tijdens lopen en staan op één been.

Wanneer de spieren aan de buitenzijde van de heup onvoldoende bijdragen, kunnen de adductoren extra spanning leveren om controle te houden. Andersom kan dit ook gebeuren. Daardoor kunnen klachten ontstaan rond de lies, heup, bil of knie.

Waarom doet juist de compenserende spier vaak pijn?

Een spier die compenseert, probeert werk over te nemen van een andere spier. Daardoor kan hij vaker, langer of harder aanspannen dan nodig is.

Vergelijk het met een team van vier mensen waarin één persoon steeds het werk van een collega moet overnemen. Die persoon is niet per se de oorzaak van het probleem, maar raakt waarschijnlijk wel als eerste vermoeid.

Zo kan een pijnlijke of gespannen spier juist de spier zijn die heel hard probeert te helpen. Alleen deze spier ontspannen of masseren kan tijdelijk verlichting geven, maar lost niet altijd op waarom hij zoveel werk moest verrichten.

Pijn is overigens nooit automatisch het bewijs dat een spier overactief is. Pijn wordt ook beïnvloed door belasting, herstel, slaap, stress, eerdere ervaringen en de gevoeligheid van het zenuwstelsel.

Het lichaam weer in balans brengen

Bij FyXsio kijken we daarom niet alleen naar de plek waar iemand pijn voelt. We onderzoeken hoe verschillende lichaamsdelen bewegen en hoe spieren tijdens een beweging samenwerken.

Wanneer we een verstoorde samenwerking vermoeden, richten we ons bijvoorbeeld op:

  • het verminderen van onnodige spanning;
  • het verbeteren van beweeglijkheid;
  • het opnieuw activeren van spieren die onvoldoende bijdragen;
  • het oefenen van de juiste timing en coördinatie;
  • het geleidelijk opbouwen van kracht en belastbaarheid;
  • het toepassen van die samenwerking tijdens dagelijkse bewegingen of sport.

Een hands-onbehandeling kan worden gebruikt om pijn, spanning of stijfheid tijdelijk te verminderen. Daarna is oefentherapie vaak belangrijk om het nieuwe bewegingspatroon actief te trainen.

Het doel is een lichaam waarin spieren het werk zo goed mogelijk verdelen. Wanneer spieren op het juiste moment voldoende aanspannen én ontspannen, kost bewegen doorgaans minder moeite en neemt de kans op overbelasting af. Dat kan bijdragen aan minder pijn en beter functioneren. Volledig pijnvrij bewegen kunnen we nooit garanderen, omdat pijn door meerdere factoren wordt beïnvloed.

Klachten die steeds terugkomen?

Blijft dezelfde spier gespannen of pijnlijk, ondanks massage of rust? Dan kan het zinvol zijn om niet alleen de pijnlijke plek, maar ook de samenwerking tussen verschillende spieren te onderzoeken.

Bij FyXsio kijken we naar het lichaam als geheel. Wil je weten of een verstoord bewegingspatroon mogelijk een rol speelt bij jouw klachten? Neem dan contact met ons op via e-mail of stuur een WhatsApp-bericht via de groene knop rechtsonder op de website.

Kan een overactieve spier pijn veroorzaken?

Een spier die langdurig extra werk verricht, kan vermoeid, gespannen of gevoelig worden. Pijn bewijst echter niet automatisch dat een spier overactief is.

Kan een spier echt uitgeschakeld zijn?

Meestal niet. Met “onderactief” bedoelen we dat een spier tijdens een bepaalde beweging onvoldoende of te laat bijdraagt.

Waarom komt spierspanning terug na massage?

Massage kan spanning tijdelijk verminderen. Wanneer het oorspronkelijke bewegings- of belastingspatroon niet verandert, kan dezelfde spier opnieuw extra werk gaan verrichten.

Hoe wordt de samenwerking tussen spieren onderzocht?

Een fysiotherapeut combineert het verhaal van de patiënt met bewegingsonderzoek, kracht- en weerstandstesten en functionele bewegingen.

Verder lezen

Meer kennis uit de praktijk.

FyXsio nieuwsbrief

Praktische tips voor beter bewegen

Ontvang af en toe heldere informatie over klachten, herstel en gezond bewegen van het team van FyXsio.

Heldere uitlegPraktische beweegtipsAltijd uitschrijfbaar
Moment a.u.b.

Bedankt voor uw aanmelding.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om. Lees het privacybeleid.