Een cliënt kwam met pijn aan de voor- en buitenzijde van de schouder. Vooral reiken en grijpen boven schouderhoogte veroorzaakte klachten. Ook het zijwaarts optillen van de arm en het achter de rug brengen van de hand was beperkt en pijnlijk.
Beperkingen in het dagelijks leven
De cliënt had pijn bij dagelijkse handelingen zoals:
- iets uit een hoge kast pakken;
- kleding aan- en uittrekken;
- de haren wassen of föhnen;
- een jas aantrekken;
- de hand achter de rug brengen;
- bovenhands werken;
- tillen en sporten.
Wat viel op tijdens het onderzoek?
Bij palpatie was er een verhoogde spierspanning rond de voorste deltoideus (voorzijde schouder) en aan de achterzijde van het schouderblad.
Tijdens weerstandstesten ontstond veel pijn bij het testen van de infraspinatus, een spier aan de achterzijde van het schouderblad. Deze spier kon niet goed worden aangesproken. Ook de voorste deltoideus functioneerde tijdens de test minder goed.
Minder goed functioneren betekent niet direct krachtverlies
Wanneer een spier tijdens een weerstandstest niet goed functioneert, betekent dit niet automatisch dat de spier te weinig kracht of spiermassa heeft.
Een spier kan overactief en gespannen zijn, waardoor deze niet efficiënt werkt. Een spier kan ook door pijn of een andere structuur in zijn functie worden geremd. Het gaat dus niet alleen om kracht, maar vooral om de aansturing en samenwerking tussen spieren.
De relatie tussen beide spieren
De voorste deltoideus helpt de arm naar voren te bewegen. De infraspinatus helpt de bovenarm naar buiten te draaien en te stabiliseren.
In deze casus leek de voorste deltoideus overactief, terwijl de infraspinatus onvoldoende werd aangesproken. Onze werkhypothese was dat deze verstoorde samenwerking bijdroeg aan de schouderpijn.
Wat gebeurde er na de behandeling?
De voorste deltoideus werd behandeld met massage en fasciale releasetechnieken. Daarna werden beide spieren opnieuw getest.
Niet alleen de voorste deltoideus functioneerde beter, maar ook de infraspinatus kon beter worden aangesproken. Tegelijkertijd nam de pijn tijdens de weerstandstest af.
De behandeling werd aangevuld met dry needling en activerende oefeningen. Het doel was de spierspanning te verminderen en de samenwerking tussen de voor- en achterzijde van de schouder te verbeteren.
De belangrijkste les
Een gespannen spier is niet automatisch een sterke of goed functionerende spier. In deze casus verbeterde na behandeling van de voorste deltoideus ook de functie van de infraspinatus.
Dit laat zien hoe belangrijk het is om niet alleen naar de pijnlijke plek te kijken, maar ook naar de samenwerking tussen spieren. Het betreft één individuele casus. Bij aanhoudende pijn of toenemend krachtsverlies is professioneel onderzoek belangrijk.

Triggerpoints in de voorste deltoideus
Triggerpoints in de voorste deltoideus kunnen pijn geven aan de voor- en buitenzijde van de schouder. De pijn kan een stukje uitstralen naar de bovenarm.
Dit kan klachten veroorzaken bij het voorwaarts of zijwaarts optillen van de arm, bovenhands reiken, duwen, tillen en liggen op de aangedane schouder.
Andere spieren, pezen of gewrichten kunnen vergelijkbare klachten veroorzaken. Het pijnpatroon alleen is daarom geen diagnose.


