Een cliënt meldde zich met lage rugpijn, voornamelijk aan één zijde. De pijn was niet alleen tijdens bewegen aanwezig, maar zorgde ook voor beperkingen in het dagelijks leven.
Lang zitten maakte de onderrug en heup steeds stijver. Opstaan uit een stoel kostte moeite en de eerste stappen voelden pijnlijk en stram. Ook lang staan, traplopen, stevig doorwandelen en in- en uitstappen bij de auto provoceerden de klachten. Soms was zelfs volledig gestrekt liggen onprettig.
Onderzoek van de lage rug en heup
Tijdens het lichamelijk onderzoek viel een verhoogde spierspanning op in twee gebieden:
- De rugstrekkers aan de pijnlijke zijde.
- De heupbuigers aan de voorzijde van de heup, met name de iliacus en psoas.
De iliacus en psoas vormen samen een belangrijk deel van het iliopsoascomplex. Deze spieren brengen het bovenbeen naar voren en helpen onder andere bij lopen, traplopen en opstaan vanuit een stoel. Door hun ligging en functie kunnen ze daarnaast invloed hebben op de stand en beweging van het bekken en de lage rug.
Een gespannen spier is overigens niet automatisch een sterke of goed functionerende spier. Een hoge spierspanning kan juist onderdeel zijn van een compensatiestrategie.
Wat lieten de spierfunctietesten zien?
De spierfunctietesten lieten een verminderde functie zien van:
- De lage-rugspieren.
- De grote bilspier, oftewel de gluteus maximus.
De grote bilspier is een belangrijke heupstrekker. Hij voert dus een tegengestelde beweging uit ten opzichte van de heupbuigers. Zulke spiergroepen noemen we antagonisten.
In deze casus ontstond het vermoeden dat de hoge activiteit van de iliacus en andere heupbuigers de functionele samenwerking met de rugstrekkers en grote bilspier verstoorde. Mogelijk droeg dit via het zenuwstelsel bij aan een tijdelijke remming van de spierfunctie aan de achterzijde.
Dit was een klinische werkhypothese op basis van de gevonden spanning en de uitgevoerde functietesten—geen op zichzelf bewezen oorzaak van de rugpijn.
Minder spierfunctie kan minder force closure betekenen
De verminderde functie van de rugstrekkers en grote bilspier kon ook gevolgen hebben voor de zogeheten force closure van het bekken.
Force closure is de actieve stabiliteit die ontstaat wanneer spieren, pezen, banden en fasciale structuren spanning opbouwen rond het bekken en de SI-gewrichten. Je kunt het vergelijken met handen die twee delen stevig tegen elkaar aandrukken. Door die compressie ontstaat meer wrijving en kan kracht efficiënter van de romp naar de benen worden overgebracht.
De vorm van de gewrichten zorgt van nature al voor een gedeelte van de stabiliteit. Dit wordt form closure genoemd. Force closure vormt daarop de dynamische aanvulling tijdens staan, lopen, tillen en andere belastende bewegingen.
Onderzoek laat zien dat onder andere de rugstrekkers en grote bilspier aan deze actieve compressie kunnen bijdragen. Wanneer deze spieren tijdens een test minder goed functioneren, kan de overdracht van krachten binnen de bekkenregio mogelijk minder efficiënt verlopen.
Behandeling aan de voorkant, effect aan de achterkant
De behandeling werd gericht op de overactieve heupbuigers en met name de iliacus. Hiervoor werden, passend bij de onderzoeksbevindingen, fasciale release, pin-and-stretchtechnieken en dry needling toegepast.
Daarna werden dezelfde spierfunctietesten opnieuw uitgevoerd.
Bij deze directe hertest bleek de functie van de lage-rugspieren en grote bilspier te zijn verbeterd. Tegelijkertijd rapporteerde de cliënt minder lage rugpijn. Dit onmiddellijke verschil ondersteunde in deze casus de gekozen werkhypothese en gaf richting aan het verdere behandel- en oefenprogramma.
Het resultaat bewijst niet dat de iliacus bij iedereen met lage rugpijn de oorzaak is. Het laat wel zien hoe waardevol het kan zijn om verder te onderzoeken dan alleen de plaats waar iemand pijn ervaart.
Test, don’t guess
Deze casus is opnieuw een mooi voorbeeld van: test, don’t guess.
Onderzoek eerst welke structuren en bewegingen daadwerkelijk relevant lijken. Voer vervolgens een gerichte interventie uit en hertest direct of de gevonden functie verandert.
Want waar de pijn zit, hoeft niet altijd de plek te zijn die primair behandeld moet worden.
Deze casus is geanonimiseerd en beschrijft een individuele klinische bevinding. De uitkomst is niet automatisch van toepassing op andere mensen met lage rugpijn. Aanhoudende, toenemende of zorgwekkende klachten moeten individueel worden onderzocht.

triggeroints in de m. illiacus & m. psoas met uitstralend pijnpatroon


