Een zeurende hoofdpijn, pijn tussen de schouderbladen of een branderig gevoel in de bil: de plek waar je pijn voelt, is niet altijd de plek waar het probleem ontstaat. Een myofasciaal triggerpoint is een gevoelige plek in een strakke spierstreng. Druk op deze plek kan lokale én uitstralende pijn oproepen.
Er bestaat geen wetenschappelijk vastgestelde top 10 die voor iedereen geldt. Onderstaande spieren worden in de praktijk en vakliteratuur echter vaak in verband gebracht met nek-, schouder-, hoofd- en lage-rugklachten. Onderzoek laat bovendien zien dat de herkenning van triggerpoints deels afhankelijk is van het lichamelijk onderzoek en de ervaring van de onderzoeker. Het uitstralingspatroon is daarom een aanwijzing, geen diagnose.
1. Bovenste monnikskapspier – m. trapezius descendens
Deze spier loopt van de bovenkant van de schouder naar de nek en schedel. Langdurig beeldschermwerk, stress en het steeds optrekken van de schouders kunnen de spier overbelasten.
Uitstralend pijnpatroon: vanuit de schouder naar de zijkant van de nek, achter het oor en soms tot aan de slaap of achter het oog.
Beperkingen in het dagelijks leven: lang achter een computer zitten, autorijden, een tas dragen, bovenhands werken en slapen op de aangedane zijde worden onaangenaam. Ook kan het voelen alsof de schouder voortdurend “opgetrokken” staat.

2. Schouderbladheffer – m. levator scapulae
De levator scapulae verbindt het bovenste deel van het schouderblad met de nek. De spier raakt gemakkelijk geïrriteerd door een voorovergebogen houding, veel telefoongebruik of slapen met het hoofd gedraaid.

Uitstralend pijnpatroon: pijn in de overgang van nek naar schouder, langs de binnenste bovenrand van het schouderblad en soms richting de achterzijde van de schouder.
Beperkingen in het dagelijks leven: moeite met het hoofd draaien tijdens autorijden of fietsen, achteromkijken, omhoogkijken en een jas aantrekken. Vaak is er een stijve nek bij het wakker worden.
3. Grote halsspier – m. sternocleidomastoideus
Deze opvallende spier loopt vanaf het borstbeen en sleutelbeen naar de schedel achter het oor. Triggerpoints kunnen ontstaan door een voorwaartse hoofdhouding, langdurig omhoogkijken of oppervlakkige ademhaling.

Uitstralend pijnpatroon: naar het voorhoofd, rond het oog, de wang, de slaap, achter het oor of naar de bovenkant van het hoofd. Soms worden duizeligheid of een onzeker gevoel beschreven, maar dergelijke klachten moeten altijd breder worden onderzocht.
Beperkingen in het dagelijks leven: concentreren, lezen, beeldschermwerk en snelle hoofdbewegingen kunnen lastiger worden. Hoofdpijn kan dagelijkse activiteiten en slaap verstoren.
4. Onderste schedelspieren – mm. suboccipitales
Deze kleine spieren liggen diep onder aan de schedel en sturen subtiele hoofdbewegingen aan. Ze worden langdurig belast wanneer het hoofd voor de romp wordt gehouden.
Uitstralend pijnpatroon: vanuit de schedelrand over het achterhoofd naar de slaap, het voorhoofd of achter de ogen.

Beperkingen in het dagelijks leven: lang naar een scherm kijken, lezen, autorijden en werken met precisie kunnen hoofdpijn uitlokken. Soms voelt het alsof er een strakke band om het hoofd zit.
5. Kauwspier – m. masseter
De masseter is een krachtige spier aan de zijkant van de kaak. Klemmen, tandenknarsen, stress en veel kauwen kunnen de belasting verhogen.
Uitstralend pijnpatroon: naar de kaak, kiezen, het oor, de wenkbrauw of de slaap. Hierdoor kan de pijn soms ten onrechte als tand- of oorpijn worden ervaren.
Beperkingen in het dagelijks leven: kauwen, gapen en de mond ver openen kunnen pijnlijk zijn. Ook kunnen eten, praten en slapen worden verstoord.

6. Onderdoornspier – m. infraspinatus
De infraspinatus ligt aan de achterzijde van het schouderblad en helpt bij het draaien en stabiliseren van de schouder. In onderzoek naar schouderklachten worden in deze spier relatief vaak actieve triggerpoints gevonden.
Uitstralend pijnpatroon: diep aan de voorkant van de schouder, langs de buiten- of voorzijde van de bovenarm en soms tot in de onderarm, hand of vingers.
Beperkingen in het dagelijks leven: een jas aantrekken, een veiligheidsgordel pakken, de hand achter de rug brengen, bovenhands reiken en op de schouder slapen kunnen pijnlijk zijn.

7. Kleine borstspier – m. pectoralis minor
Deze spier loopt van de ribben naar het schouderblad. Een langdurig ingezakte houding en veel duw- of bovenhands werk kunnen de spier overbelasten.
Uitstralend pijnpatroon: over de voorzijde van de schouder en borst, soms langs de binnenzijde van de arm richting hand en vingers.
Beperkingen in het dagelijks leven: rechtop zitten, diep ademhalen, reiken en bovenhands werken kunnen moeilijker worden. Soms voelt de arm zwaar of vermoeid. Borstpijn en onverklaarde armklachten moeten vanwege mogelijke hart-, long- of zenuwproblemen altijd serieus worden beoordeeld.

8. Vierkante lendenspier – m. quadratus lumborum
De quadratus lumborum ligt diep in de onderrug en helpt de romp en het bekken te stabiliseren. Langdurig zitten, asymmetrisch tillen en staan met het gewicht op één been kunnen de spier belasten. Bij mensen met lage-rugpijn worden triggerpoints in deze spier regelmatig gerapporteerd.
Uitstralend pijnpatroon: naar de lage rug, de bekkenrand, de bil, het heiligbeen of de zijkant van de heup. Soms wordt pijn richting de lies gevoeld.
Beperkingen in het dagelijks leven: opstaan uit een stoel, omdraaien in bed, bukken, tillen, hoesten en langere tijd staan of lopen kunnen klachten geven.

9. Middelste bilspier – m. gluteus medius
De gluteus medius stabiliseert het bekken tijdens staan en lopen. Overbelasting kan ontstaan door veel wandelen of hardlopen, lang op één been staan of onvoldoende heupcontrole.
Uitstralend pijnpatroon: over de bil en buitenzijde van de heup, soms langs de buitenzijde van het bovenbeen tot richting knie.
Beperkingen in het dagelijks leven: traplopen, wandelen, hardlopen, op één been staan en op de aangedane zijde slapen kunnen pijnlijk zijn. Soms ontstaat een waggelend of compenserend looppatroon.

10. Peervormige spier – m. piriformis
De piriformis ligt diep in de bil en helpt de heup te draaien en stabiliseren. Langdurig zitten en herhaalde draaibewegingen kunnen de spier irriteren.
Uitstralend pijnpatroon: diep in de bil, richting heiligbeen of heup en soms langs de achterzijde van het bovenbeen. Dit kan op ischias lijken, maar pijn in het been kan ook vanuit de rug of een zenuw ontstaan.
Beperkingen in het dagelijks leven: zitten, autorijden, traplopen, wandelen en de benen over elkaar slaan kunnen klachten oproepen. Vooral lang zitten kan steeds moeilijker worden.



